Waar komt het woord Rijnlands vandaan?

Gepubliceerd door Jaap Peters op 12 januari 2020

Het was de Fransman Michel Albert (1930-2015) die in 1991 het boek schreef 'Capitalisme contre Captalisme'. Na het vallen van de Muur in 1989 viel het hem als directeur van het Franse Centraal Planbureau op dat er feitelijk twee vormen van Kapitalisme bestonden: de Angelsaksische en de Rijnlandse vorm van Kapitalisme. Daarmee muntte hij het woord Rijnlands. De Angelsaksische variant met een minimale staat (liefst alles geprivatiseerd: de Amerikaanse variant, die ook bekend staat onder het woord Neoliberalisme) en een staat die nadrukkkelijk grip wilde houden op essentieel publieke zaken (bijvoorbeeld banken, TV-zenders, spoorwegen, leger, belastingen innen, etc.). 

Landen in het stroomgebied van de Rijn en Scandinavië zouden hier van nature meer gevoel bij hebben. Albert wees met name op het gevaar dat als een bedrijf zelf ook handelswaar is op de beurs er merkwaardige spagaten kunnen ontstaan. Een ziektekostenverzekeraar die op de beurs staat zal liever geen geen uitkeringen doen aan verzekerden. Coöperatieve kostenverzekeraars zijn daarentegen juist blij als de leden elkaar kunnen helpen in tijden van nood.

De vrije markt werkt pas als allen aan het succes kunnen deelnemen

Ludwig Erhard (1897-1977)

Ten tijde van de hypotheekcrisis (2008) kwamen de eerste twijfels bij grotere groepen mensen of een ongeremd kapitalisme wel zo'n briljant idee was. Op IJsland gingen nagenoeg alle banken failliet, evenals Lehman Brothers in de VS en veel banken in ons land hadden staatssteun nodig om te overleven. In 2020 tijdens de Corona-crisis werd het voor de tweede keer overduidelijk dat een sterke publieke sector noodzakelijk is om het virus het hoofd te bieden. Ook Minister-President Rutte erkende (op 1 april 2020) dat we een diep Rijnlandsmodel-land waren, waarbij solidariteit van groot belang is om de crisis te lijf te kunnen. Zijn voormalig ambtsgenoot Yves Leterme (België) bepleitte in 2008 een overheid in dienst van (1) de economische groei, (2) de sociale rechtvaardigheid en (3) het duurzaam beheer van de aarde.