Laloux ontmoet Rijnlands Organiseren (4)
Gepubliceerd door Jaap Peters op 12 augustus 2026
Waarom doen we alsof organisaties echt bestaan?
In de eerste drie delen van deze serie zagen we iets merkwaardigs. Frédéric Laloux en het Rijnlandse denken vertrekken vanuit verschillende denkrichtingen, maar komen opvallend vaak bij dezelfde praktijkvoorbeeld uit: Stichting Buurtzorg.
Laloux vraagt in Reinventing Organizations hoe een volgende generatie organisaties eruit kan zien. Het Rijnlandse denken vertrekt eerder vanuit het vak en stelt de vraag welke manier van organiseren nodig is om mensen goed werk te laten verrichten. In het vorige deel kwamen we daarom uit bij een eenvoudig uitgangspunt: de organisatie is geen doel, maar een hulpmiddel. Maar misschien moeten we nog één stap verder gaan.
De organisatie is geen doel op zich, maar een hulpmiddel.
We zeggen dagelijks dingen als: "de organisatie wil veranderen", "het ziekenhuis heeft besloten" of "de gemeente vindt dat belangrijk". Maar kan een organisatie eigenlijk iets willen? Kan een ziekenhuis denken? Kan een gemeente iets vinden. Mensen kunnen dat wel!
Toch behandelen we organisaties voortdurend alsof het zelfstandige werkelijkheden zijn. We tekenen een organogram, bedenken functies, afdelingen, procedures en systemen en na verloop van tijd vergeten we dat we die allemaal zélf hebben bedacht. Een voorbeeld wat ik graag gebruik is de goed georganiseerde voetbalvereniging die de KNVB op haar website ter beschikking stelt aan haar verenigingen. Zoals je ziet: er niets vergeten, behalve het primair proces (het voetballen zelf, ouders die rijden, trainers, elftalleiders en toeschouwers).
.
.
Daar bestaat een ingewikkeld woord voor: reïficatie. We maken van iets dat mensen samen hebben geconstrueerd een zelfstandig "ding" en gaan ons vervolgens gedragen alsof dat ding werkelijk bestaat. Maar een organisatie is feitelijk niet meer dan een gesprek (denk aan de film The Matrix).
Dat werpt ook een ander licht op Reinventing Organizations. Laloux heeft een belangrijke stap gezet: weg van de organisatie als machine, richting een veel organischer manier van organiseren. Minder hiërarchie, meer zelfmanagement, heelheid en een evolutionair doel. Maar de organisatie blijft in zijn benadering wel het object dat opnieuw wordt uitgevonden.
Het Rijnlandse denken kun je nog iets radicaler lezen. Misschien hoeven we organisaties niet voortdurend opnieuw uit te vinden. Misschien moeten we vooral blijven beseffen dat we ze ooit zelf hebben uitgevonden. Een organisatie is dan geen zelfstandig wezen met eigen behoeften, maar een tijdelijke ordening van mensen, middelen en afspraken om samen iets voor elkaar te krijgen. Zodra die ordening het werk helpt, heeft zij waarde. Zodra zij het werk in de weg gaat zitten, moeten we haar kunnen veranderen.
Ook het Rijnlandse denken zelf moet daarbij oppassen. Zodra "Rijnlands Organiseren" een model wordt dat we gaan invoeren, compleet met voorschriften, formats en deskundigen die bepalen hoe Rijnlands anderen moeten werken, maken we precies dezelfde fout. De verleiding is immers groot als iemand vraagt: 'Maak het eens concreet?'
En zelfs de uitspraak "de vakman centraal" verdient enige voorzichtigheid. Vakmanschap blijft één van de drie Rijnlandse V's – Vakmanschap, Verbinding en Vertrouwen – maar de vakman heeft niet het monopolie op de werkelijkheid. Een cliënt, leerling, inwoner of bewoner beschikt over kennis en ervaring die geen professional kan vervangen.
Misschien moeten we daarom uiteindelijk niet de organisatie en zelfs niet de vakman centraal stellen. De werkelijkheid/realiteit moet centraal staan. Net als bij je kapper, net als bij Buurtzorg, net als in het vergeten deel in het KNVB-organogram, ...
En daarmee zijn we terug bij Stichting Buurtzorg. Misschien bewonderen Laloux en Rijnlanders Buurtzorg niet omdat daar het perfecte organisatiemodel is gevonden, maar juist omdat het organiseren er relatief onbelangrijk is gemaakt. De vraag is steeds opnieuw: wat is hier nodig om goede zorg mogelijk te maken? Wat helpt, organiseer je. Wat niet helpt, laat je weg of verander je.
Misschien hoeven we een organisatie niet steeds te reïnventen?
Misschien hoeven we organisaties dus niet eindeloos te reïnventen? We moeten vooral niet vergeten dat het onze eigen denk-constructies zijn. Geen natuurverschijnselen. Geen zelfstandige wezens. En al helemaal geen doel op zichzelf. Het zijn hulpmiddelen waarmee mensen samen iets proberen te bereiken.
En zodra het hulpmiddel belangrijker wordt dan waarvoor we het ooit gemaakt hebben, is het tijd om opnieuw te kijken. Niet omdat Laloux dat voorschrijft. Niet omdat Rijnlands dat voorschrijft.
Maar omdat de werkelijkheid daarom vraagt.