Waarom hoort de voorste linie aan het roer te staan?

Gepubliceerd door Alyanna Bijlsma Jurriaan Cals op 26 mei 2020

In Nederland wordt iedereen goed opgeleid. Tijdens die opleiding (bijvoorbeeld tot timmerman of arts) leer je handelingen uit te voeren, na te denken hoe je dat het beste kunt uitvoeren en beslis je zelf of in samenspraak hoe je dit wilt gaan doen. Als je het doen, denken en beslissen onder de knie hebt, ontvang je een getuigschrift. Jij weet het nu en je mag het nu zeggen. Of niet?

Na je studie kom je terecht in een organisatie en die organisaties verschillen. Ook in de basisstructuur. En daar merk je wat er van je gevraagd wordt. Is dat doen wat bedacht is of wordt er juist aanspraak gedaan op jouw vakmanschap en vertrouwen ze jou dat je daarin de juiste stappen zet, je op de juiste wijze ontwikkeld. Veel mensen komen na hun studie terecht in een organisaties waar iets anders van ze wordt gevraagd dan ze verwacht hadden.

De beste stuurlui staan in de voorste linie.

Yaap

In Rijnlandse organisaties ligt het eigenaarschap, de verantwoordelijkheid bij de vakmensen. Medewerkers werken in kleine (multidisciplinaire) teams samen rondom een beperkt aantal klanten aan een gezamenlijk doel. Vanuit het principe: wie het weet mag het zeggen en wie het kan mag het doen. Deze voorste linie (in Angelsaksische organisaties noemen ze dat de werkvloer) bestaat uit mensen die zelf bedenken en beslissen hoe ze hun werk willen organiseren en uitvoeren. Ze leggen zelf verantwoording af aan de klant, aan elkaar en aan de organisatie, precies in die volgorde. 

Ze weten van elkaar wie waar goed is en wie waar blij van wordt en proberen daar rekening mee te houden als ze de gemeenschappelijke taken onderling verdelen. Dit is teamwork: aandacht voor een goede samenwerking en communicatie is voortdurend hard werken. Zelfsturende of -organiserende teams hebben daarbij soms ondersteuning nodig, bijvoorbeeld van een coach of van een inhoudelijke expert met kennis van zaken. De organisatie faciliteert die ondersteuning en levert de expertise waar de teams om vragen. Ze is dienend aan de vakmensen in de frontlinie en schenkt vertrouwen. Mensen die vanuit autonomie, betrokkenheid en competenties hun vak mogen uitoefen doen dit vanuit intrinsieke motivatie. En die motivatie zorgt voor betere prestaties, een hoger doorzettingsvermogen en ruimte voor creatieve oplossingen. Kortom: voor gelukkige mensen, die graag zinvol werk doen omdat ze daarmee bijdragen aan een betere wereld. 

Een verpleegkundige gedesillusioneerd: ”Het vak waarvoor ik heb geleerd, bestaat helemaal niet.”

In de krant

In traditionele (Angelsaksische) organisaties is in een hiërarchische organisatiestructuur denken en doen gesplitst. Netjes omschreven in functiebeschrijvingen. Wie de baas is mag het zeggen. Van uitvoerende vakmensen wordt verwacht dat zij zich conformeren aan wat de denkers en de beslissers hebben bedacht. Die goed bedoelde vastgelegde en uitgerolde systemen, protocollen en procedures passen niet altijd bij de werkelijkheid waarmee de uitvoerende vakmensen dagelijks mee hebben te dealen. En dat vraagt van hen extra handelingen (administreren), waarmee ze zich steeds moeten verantwoorden. Hebben jullie wel gedaan wat wij hebben bedacht? De verwarring en onvrede die dit bij vakmensen teweeg brengt zorgt voor mindere prestaties, een daling van het (zelf)vertrouwen, een oplopend ziekteverzuim en minder werkgeluk. De menselijke maat is daar ondergeschikt geworden. 

Adolfo Felix
Adolfo Felix